zorg alarm domotics

Veel zorginstellingen hebben op de zorgafdelingen een stil ontruimingsalarm. In het geval van een noodsituatie wordt een beperkte groep mensen via een pieper gealarmeerd. Op deze manier kunnen zij mensen die hulp nodig hebben evacueren zonder dat er paniek of gevaarlijke situaties ontstaan. 

Eerder vertelden we dat de telefonie en alarmeringssystemen naadloos in elkaar kunnen integreren, doordat de meldingen op hetzelfde apparaat (een tablet of smartphone van de medewerker) binnenkomen. Dit systeem draait vanuit de cloud.  

Een logische stap is om het stilalarmsysteem ook naar de cloud te verplaatsen. Ontruimingsalarminstallaties in zorginstellingen en andere (openbare gebouwen) moeten echter voldoen aan de NEN 2575 norm. Deze norm stelt eisen aan de gebruikte apparatuur en infrastructuur. Is het wel mogelijk om hiermee te voldoen aan de NEN 2575? 

Wat is de NEN 2575 

De NEN 2575 is een norm waarin eisen voor ontruimingsinstallaties zijn vastgelegd. Deze norm bestaat uit vijf onderdelen. Het eerste onderdeel (2575-1) is van toepassing op alle typen alarminstallaties, zowel voor luid alarm als voor stil alarm. De overige vier onderdelen (2575-2 t/m 5) beschrijven de eisen voor specifieke alarminstallaties. Met name de NEN 2575-3 en 2575-4 zijn voor de meeste zorginstellingen van belang.  

NEN 2575-3 regelt de eisen voor een luidalarmsystemen met een slow whoop-signaal. Deze worden vaak toegepast in kantoorgebouwen of -gedeelten van zorginstellingen. De NEN 2575-4 bevat de eisen voor stilalarmsystemen zoals die gebruikt worden op de zorgafdelingen. Dit zijn draadloze systemen die van oudsher vaak werken met een pieper of een soort DECT-toestel.  

Eisen aan een stilalarmsysteem in de zorg

In de NEN 2575-4 staan tal van eisen waar een stilalarmsysteem in de zorg aan moet voldoen. De belangrijkste eis is dat een stilalarminstallatie binnen 20 seconden alle personen die deel uitmaken van de ontruimingsorganisatie kan bereiken, ongeacht waar zij zich bevinden in het ontruimingsgebied. Het stilalarmsysteem is gekoppeld aan de centrale brandmeldinstallatie, zodat het stilalarm automatisch geactiveerd wordt. 

Hiervoor worden belangrijke eisen gesteld aan de stilalarminstallatie. Zo moet er een goedwerkende noodstroomvoorziening aanwezig zijn. Ook de verbinding tussen de hoofdinstallatie en de ontvangsttoestellen moet van goede kwaliteit zijn. Belangrijk is dat deze verbinding minimaal 99.7% van de tijd werkt en dat deze bewaakt wordt.  

Tot slot moeten de ontvangsttoestellen aan bepaalde eisen voldoen. Zo moeten zij minimaal 12 uur kunnen werken zonder stroomvoorziening. Ook moet er een mogelijkheid zijn om tekstberichten te ontvangen, bijvoorbeeld een aanwijzing over de te gebruiken vluchtroute. 

Stilalarm vanuit de cloud 

De ontwikkeling rondom cloudtechnologie zijn de laatste jaren razendsnel gegaan. Hierdoor is het technisch mogelijk om een NEN 2575-4 gecertificeerde stilalarminstallatie in de cloud te laten draaien. In de datacenters van cloudaanbieders zijn systemen zoals de stroomvoorziening dubbel uitgevoerd. Het stilalarmsysteem is gekoppeld aan de brandmeldinstallatie (BMI), zodat deze systemen gelijktijdig geactiveerd worden.  

Vrijwel alle moderne mobiele telefoons voldoen aan de eisen die gesteld worden aan het ontvangsttoestel. Vaak zijn hier alleen kleine aanpassingen voor nodig, zoals de installatie van een applicatie op de telefoon. 

Minder stress en een lagere werkdruk 

Dankzij een modern telefoniesysteem op basis van VoIP, is het mogelijk om de verschillende telefoontoestellen te vervangen door één apparaat. Dit betekent dat het zorgpersoneel makkelijk het overzicht houdt. Met deze smartphone (of tablet) kan het zorgpersoneel desgewenst ook het elektronisch cliëntendossier benaderen.  

Afhankelijk van de wensen van de zorginstelling, kunnen er prioriteiten worden gegeven aan verschillende soorten alarmen. Ook is het mogelijk om een achterwacht in te stellen, in het geval dat een medewerker niet op een melding kan acteren. 

Alle medewerkers binnen de zorginstelling zijn eenvoudig via hun smartphone of tablet te bereiken – ongeacht waar ze zijn. Als een behandelaar niet op zijn of haar werkplek zit, dan wordt een telefoontje automatisch doorgeschakeld naar de mobiele telefoon. De behandelaar kan de mobiele telefoon eventueel uitzetten als hij of zij niet aan het werk is. Omgekeerd is het voor de behandelaar makkelijker om een specifieke medewerker op de werkvloer te bereiken.  

Lees onze hele serie over dit onderwerp hier:

Blog 1: Kan een communicatieplatform de werkdruk in de zorg verminderen? 

Blog 2: Moderne alarmeringssystemen en de Wet zorg en dwang 

Blog 3: Een geïntegreerd stilalarm systeem en de NEN 2575 (u bent op deze pagina)